Bouwdocumentatie

Met de stadhuisbrand van Leiden in 1929 is een groot deel van het Leidse archief verloren gegaan. Van de Leidse huizen van vóór dit tijd zijn daarom geen bouwvergunningen meer terug te vinden. Maar tot 1896 behoorde onze kade nog tot Zoeterwoude en daarvan ontsnapte het bouwarchief aan de brand!

De Zoeterwoudse tijd

Het is nog niet precies duidelijk sinds wanneer een bouwvergunning in Zoeterwoude vereist is. Een integraal register van door Zoeterwoude verleende bouwvergunningen is te vinden in de Registers voor Bouwvergunningen 1882 – 1886 (ELO 0500B/1110) en 1886 – 1901 (ELO 0500B/1111). De bouwvergunningen zijn genummerd, maar het begint in 1882 met nr. 88. Ik schat daarom dat de verplichting tot het aanvragen van bouwvergunningen in Zoeterwoude zo’n 5 jaar eerder is begonnen. Het lijkt er echter op dat het oudste register verloren is gegaan.

In de nu beschikbare informatie vinden we pas vanaf de tweede helft van 1886 aanvragen die betrekking hebben op de Rijn en Schiekade. Elders hebben we uitgelegd hoe snel de aanvraagprocedure verliep, maar voor wie zich illusies maakt over het ontbreken van bureaucratie: je moest ook toestemming hebben voor het rijden met een kruiwagen over het voetpad, het houden van een varken, het baggeren van je sloot of het erin plaatsen van een steiger (of “stijger”). De bouwaanvragen zelf zijn terug te vinden als “Bouwvergunningen voormalig grondgebied Zoeterwoude 1880-1926” (ELO toegang 1951). De genoemde jaartallen zijn voor de Rijn en Schiekade wat optimistisch: deze bouwaanvragen zijn er vanaf 1886 tot en met 1896.

In enkele gevallen kan ook informatie worden gevonden in gearchiveerde dossiers van architectenbureaus. Maar veel woningen werden gebouwd door aannemers die zelf voor tekeningen zorgden en hun dossiers zijn niet gearchiveerd.

Wel zijn er ook Bevolkingsregisters uit de 19de eeuw, waaruit blijkt dat delen van de Haagsche Trekvaart wel bewoond waren vóór de 80’er jaren van die eeuw. De gehanteerde nummering maakt het echter niet eenvoudig te achterhalen wat de precieze locatie van hun “huizing” was en daarmee te ontdekken of er iets van de bebouwing voor 1882 is overgebleven.

De Stadsplattegronden van Leiden bieden helaas geen ondersteuning voor dit onderzoek: gebouwen buiten de singels werden lange tijd niet weergegeven. De oudste plattegrond van Leiden waarop de Rijn en Schiekade met de bebouwing te vinden is, is dan ook die van H.L.A. van Kampen uit 1899. Een uitsnede daarvan wordt hieronder weergegeven, met daaronder een vergelijkbare uitsnede van een kaart uit 2026:

De kwaliteit van de uitsnede is maar matig, maar van sommige delen zijn de overeenkomsten en verschillen toch te zien. Zulke vergelijkingen zijn ter toetsing gebruikt.

De eerste inspanning was daarom vooral op gericht op het zo goed en compleet mogelijk ontsluiten van de documentatie van 1882 t/m 1896. In die periode vond er een enorme bouwgolf plaats op de kade. Vanwege de stadhuisbrand is de informatie van de 30 jaar erna slechts fragmentarisch gevonden.

Anders dan het overige deel van Vreewijk is er op de Rijn en Schiekade geen sprake van institutionele bouw: geen grote projectontwikkelaars en bouwverenigingen. Het zuidelijk deel van de kade (de huidige huisnummers 66 – 141) was al verkaveld en voorzien van allerlei bouwsels en stapje voor stapje zijn op die percelen vaak “nieuwe” huizen gebouwd. Van de bebouwing van voor 1880 is weinig overgebleven. Alleen van het huidige Vaartzigt (nr 128, het enige monument op de kade) is vermoedelijk ouder.

Het noordelijke deel (huisnummers 1 – 49) was echter in één hand en is tegelijkertijd geveild. Het was verdeeld in 43 percelen.

Onderstaande tekening troffen we in een bouwdossier aan en het geeft enig inzicht in de kopers van deze percelen. Een consortium (Hoogeveen c.s.) kocht wel 19 percelen, die echter maar gedeeltelijk op elkaar aansluiten. Het grootste bouwblok betrof een reeks van 8 woningen (de huidige nrs 35 – 41).

De bouwdossiers zijn door het ELO niet gescand en sommige mogen ook niet worden ingezien vanwege de kwetsbaarheid van m.n. de tekeningen. Deze zijn grotendeels niet geschikt voor routine scanprocedures. Dankzij de medewerking van het ELO bleek het echter wel mogelijk heel voorzichtig foto’s te maken van de meeste documenten, zonder schade aan het kwetsbare papier. Aan de foto’s zijn de beperkingen van deze procedure te zien: de tekeningen konden niet plat gelegd worden, de vouwen in het papier zijn duidelijk zichtbaar. Veel tekening zijn sterk verbleekt. Maar iedere bewoner zal in de tekeningen zijn eigen huis nog uitstekend herkennen.

Voor bijna elk van de meer dan 70 huizen die tussen 1886 en 1896 zijn gebouwd, bestaat het dossier uit de handgeschreven bouwaanvraag, met bijgevoegde geveltekeningen en plattegronden en het advies van de Zoeterwoudse bouwopzichter, W.A. van Rijn. Hij ging ter plekke kijken en lette daarbij met name op de de locatie van de beerput en op het inachtnemen van de rooilijn. Voor de Zoeterwoudse Burgemeester en Wethouders was het daarna een hamerstuk. De hele procedure was meestal binnen een of twee weken afgehandeld.

Over de periode daarvóór beschikken we over geen enkele bouwdocumentatie. De kadastergegevens uit 1832 geven wel specifiek aan wat er stond, maar niet hoe het eruit zag. Er zijn wel plaatjes van tuinhuizen en koepels die in soortgelijke “speeltuinen” stonden

Na 1896

In 1926 staan er op de Rijn en Schiekade 126 huizen (Handelingen van de gemeenteraad 30/8/1926). IJdo’s adresboek vermeldt er zo’n 15 meer, maar vermoedelijk betreft dat bovenwoningen. Lang niet al deze huizen hebben heelhuids de 21ste eeuw bereikt.

Enkele huizen die in de Leidse tijd zijn gebouwd, zijn gelukkig voorzien van een gevelsteen, die enig houvast kan bieden voor nader onderzoek. Andere informatiebronnen zijn de advertenties bij openbare verkoping of verhuur van panden in de Leidse kranten en desbetreffende notariële dossiers. Ook adresboeken geven het nodige inzicht. Natuurlijk vertelt ook de bouwstijl van de huizen een deel van het verhaal en zijn er wel gemeentelijke dossiers vanaf 1929. Een deel daarvan hebben we ingezien. Daarbij hebben we vooral gekeken naar de grotere bouwprojecten, vanaf de studentenflat tot de Telderskade.

De dossiers van na 1929 onderscheiden zich aanzienlijk van de oudere: ze zijn veel omvangrijker, zowel in technische documentatie, als in de correspondentie. Een aspect dat eruit springt is dat de gemeente die bouwvergunning weigert als de aanvrager niet vooraf toezegt grondgebied aan de vaartzijde af te staan, ten behoeve van de verbreding van de kade. De gemeente had haar les geleerd uit de periode dat bewoners weigerden een stuk voortuin af te staan voor dit doel.

Vanwege de omvang van deze latere dossiers zijn die niet integraal opgenomen op deze site, maar de meest karakteristieke informatie hebben we wel gegeven.

Verdwenen huizen

Wat er vroeger op de plek van veel recente (naoorlogse) huizen heeft gestaan is vaak onduidelijk. Mogelijkerwijs werd een deel ervan nog gebruikt als moes- of bloementuin, maar vermoedelijk zijn er ook huizen afgebroken. We doen nog pogingen om daarover meer duidelijkheid te krijgen.

Enkele huizen die meermaals kranten opduiken zijn de buitenhuizen

  • Tusculum
  • Veldzigt
  • Torenzigt
  • Frederikslust
  • Rustwijk

We vermoeden dat het huidige nr 97 het buiten Rustwijk is, of in elk geval op die locatie staat. Tusculum heeft op het terrein van de huidige studentenflat gelegen en Frederikslust is vermoedelijk een wat groter landgoed geweest, waarop in elk geval Rijn en Schiekade 98B is gebouwd.

Veldzigt maakt aanspraak op ligging ter hoogte van nr 96 B. Het pand is in in 1876 geveild en gekocht door Helena Hendrika Eichmann-Jansen, van wie de naam 17 jaar later opduikt op dat adres (“alleen ’s zomers”). Als dat maatgevend is, is Veldzigt ook gesloopt. Maar zij kan ook naar een ander adres zijn verhuisd. Maar van Torenzigt vinden we tot dusver geen spoor meer.

Van het nog wel bestaande Vaartzigt (nr 128) vinden we in onze documentatie nog niets, op de aanwijzing tot monument in 1991 na. Die aanwijzing geschiedde omdat kort daarvoor een brand had gewoed in het pand. De monumentencommissie vreesde dat het pand verloren zou gaan en daarmee het laatste pand in Leiden met de bijzondere Oegstgeester dakpannen.

Informatie per huisnummer

De informatie die over de individuele panden hebben kunnen verzamelen is te vinden via de pagina Informatie per huisnummer.