Bouwhistorie in hoofdlijnen

Van de bebouwingen op de huidige Rijn en Schiekade vóór de 19de eeuw weten we weinig af. Bij het begin van de Trekvaart, bij de Witte Poort, bevonden zich enkele panden die verband hielden met de Trekvaart en de toegang tot de stad. Ook was hier al in de 18de eeuw een blekerij, later Het Bonte Paard geheten, al is de precieze locatie hiervan niet duidelijk

In 1810 wordt Nederland ingelijfd bij Frankrijk, met als gevolg dat de grondbelasting wordt ingevoerd. Voor die belasting wordt gestart met opmeten, schatten en de tenaamstelling van grondeigendom. Daarmee begint de opbouw van het Kadaster. Sinds 1832 bestaat het Kadaster officieel. De vroegste gedetailleerde kaart van bebouwing aan de Haagse Trekvaart stamt dan ook uit dat jaar:

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Zw-minuutplan-sectie-A-blad-4-1024x654.jpg

Rechts op de tekening kun je de loop van de Singel herkennen en de lange rechte lijn is de Haagsche en Delftsche Trekvaart. Daarop zijn de stipjes van bebouwing te herkennen en in aparte tabellen staat voor elk perceel de functie en de aard van de bebouwing beschreven.

Maar veel praktischer dan deze mooie oude kaart is het interactieve systeem dat de Vereniging Oud-Zoeterwoude beschikbaar heeft gesteld. Je wordt naar dit systeem doorgeschakeld door op het bijgaande kaartje (een screenshot van de echte kaart) te klikken.

Je treft de Rijn en Schiekade aan op het noordelijkste puntje van het uitgewerkte gebied. Door in te zoomen zie je dat op de ondergrond van de huidige kadastertekening die van 1832 is geprojecteerd. Zowel het perceel als de gebouwen (rood) kunnen worden aangetikt voor meer informatie. Het screenshot geeft een impressie van wat je ziet. Door te klikken op een perceel of een rood huisje, kun je ook zien wat er op de locatie van je huis in 1832 stond en wie de eigenaar was.

Het noordelijke deel was in de 17de eeuw bijna helemaal in het bezit van de universiteit en laat in de 19de eeuw van Jacobus van Gent, een Leidse rentenier. Alleen het noordelijkste stukje behoorde nog steeds tot de stad Leiden. De universiteit had alleen de bezittingen aan de andere zijde van de vaart gehouden, bij de Maliebaan.

Het zuidelijk deel, vanaf het huidige Trekvlietpad, was in 1832 al helemaal verkaveld tot aan de huidige Telderskade. De kavels werden gebruikt als tuin en boomgaard en waren vaak voorzien van een tuinhuis (variërend van 30 tot 80 m2) en een koepel. Het lijkt er daarom op dat het een soort luxe volkstuingebied is geweest. Vrijwel alle eigenaren woonden in de stad Leiden. Het laatste stukje van de Rijn en Schiekade, voorbij de Telderskade, kende, op een koepeltje en een schuurtje na, nog geen bebouwing. Vermoedelijk waren verschillende bouwwerken nog van hout gebouwd.

Twee panden springen er echter uit, ook wat functie betreft: helemaal aan het noordelijke puntje van de Trekvaartbevind zich het Commisarishuis, waar de “incheckbalie” van de reizigers was. Helemaal aan de zuidpunt, waar de Trekvaart verbonden is met de Vliet, bevond zich het brug- of tolhuis, waar de schippers hun afdrachten moesten achterlaten.

Bij de Volkstelling van 1840 treffen we 6 gezinnen aan, die vermoedelijk aan de huidige Rijn en Schiekade woonden (“Wouterbrug” en “Jaagpad buiten de Witte Poort”). Dertig jaar laten vinden we zo’n 25 panden aan het Studentenpad, c.q. de Haagsche Trekvaart die bewoond zijn. Elders hebben we uiteengezet dat de naam Studentenpad óók betrekking kan hebben op de Jan van Goyenkade. Het is dus niet helemaal zeker dat al deze panden aan de Trekvaart stonden. In elk geval is zeker dat van gebouwen van voor 1880 heel weinig overgebleven is.

Het is nog onduidelijk vanaf welk jaar er in Zoeterwoude een register van bouwaanvragen is bijgehouden. Het beschikbare register begint in 1882, maar uit de nummering is af te leiden dat het register al enkele jaren daarvoor begonnen is. Tussen 1882 en 1885 zijn er geen bouwaanvragen ingediend die betrekking hebben op de Rijn en Schiekade, maar dat verandert aan het einde van 1885. In ongeveer een jaar tijd wordt dan de hele reeks woningen van (huidige) nummers 129 tot 141 gebouwd, volgens een vergelijkbaar bouwplan.

Er is nog wel een Register van Aangiften van Gebouwde Eigendommen in Zoeterwoude over de periode 1872 – 1882 (voor het heffen van grondbelasting), waarin we enkele namen van bewoners van de Haagsche Trekvaart herkennen. Maar dit dossier bevat nu juist weer alleen kadastrale nummers en biedt daarom ook weinig houvast.

Een aantal jaren verloopt de bebouwing van de kade dan wat trager, maar in vanaf 1895 wordt in hoog tempo het noordelijk deel van de kade, huisnummers 1 tot 65, volgebouwd. Het lijkt erop dat, met de annexatie in 1896 op komst, er grif gebruik gemaakt is van het vermoedelijk soepeler bouwregime in Zoeterwoude. Al met al zijn er van 1886 tot 1896 85 huizen gebouwd! Na 1896 verliep het bouwproces een tijdlang minder geconcentreerd, vermoedelijk ook door de veelheid van eigenaren met uiteenlopende belangen. Dat is ook herkenbaar aan de bouwstijlen die kenmerkend zijn voor uiteenlopende periodes.

Rond de jaren ’30 van de 19e eeuw is er wel weer een flinke bouwgolf geweest, vooral in het gebied tussen de huidige studentenflat en Telderskade.

Een grafiekje illustreert de bouwontwikkeling tussen 1892 en de Tweede Wereldoorlog:

De gegevens zijn ontleend aan de Leidse adresgidsen, die voor onze kade helaas niet verder teruggaan in de tijd. Door de toename van het aantal appartementsgebouwen en de studentenflat is het aantal adressen sindsdien nog aanzienlijk gestegen.

Het profiel van de Rijn en Schiekade

De kade is natuurlijk niet aangelegd om huizen aan te bouwen. Het Trekpad was gericht op het transport van schuiten, niet op ontsluiting van de aangrenzende tuinen. Langs het Trekpad lag ook nog een vaartsloot, vermoedelijk voor het “lokale verkeer”, misschien ook met hydrologische functie. Het precieze profiel van de dwarsdoorsnede is moeilijk te achterhalen, ook al omdat het deel van de trekvaart tussen de Witte Poort en de Necksluis onderhands is aanbesteed door de stad Leiden. Vanaf de Necksluis tot Delft was de aanleg een co-productie tussen beide steden en ging alles er wat formeler aan toe. Bij benadering lijkt het echter ongeveer zo geweest:

De trekvaart / Een trekpad van 1,5 roede (5.65 m) met schuin talud aan weerszijden, waarop een rij iepenbomen / Een scheisloot van 8 – 13 voet (2,5 – 4.00 m). Uit oude tekeningen blijkt dat er tegen de sloot aan werd gebouwd, maar in 1895 werd de rooilijn strikt vastgelegd: 7,50 m vanaf de bomenrij en 1,50 m vanaf de sloot.

De sloot is stukje bij beetje gedempt, waarvoor steeds toestemming gevraagd moest worden bij de autoriteiten. De laatste stukken zijn rond 1930 verdwenen.

De na-oorlogse ontwikkeling

De Rijn en Schiekade kwam niet ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog. Op 11 december 1944 bombardeerden de geallieerden de Leidse spoorwegen. Vooral het spoor tussen Haarlem en Den Haag en de Stationsweg werden getroffen, maar op de Rijn en Schiekade werden ook 4 huizen verwoest, de nrs 10 – 13. Volgens het illegale blad Trouw vielen er bij dit bombardement 55 doden en vele gewonden. Hoeveel slachtoffers er op de Rijn en Schiekade waren wordt niet apart vermeld.

Het na-oorlogse karakter van de panden Rijn en Schiekade 10 – 13 is dan ook gemakkelijk te herkennen.

De laatste grote bouwkundige aanslag op de Rijn en Schiekade is de bouw van de studentenflat in 1967. Hiervoor zijn tenminste een woning met bovenwoning en de woning en bloemisterij van de familie Devilee, die de bloemisterij hier van ongeveer 1880 tot 1960 voerde, voor afgebroken.

Voorzieningen

In de stad Leiden waren in de 19e eeuw verschillende voorzieningen aangelegd. De Stedelijke Gasfabriek stamt uit 1847 en de duinwaterleiding verving vanaf ongeveer 1870 de oude stads- en huispompen. Ook waren er wel riolen in de stad, al zal er ook het nodige op de grachten zijn geloosd. Rond 1900 werd het stedelijk riool verbeterd, inclusief persleidingen en stoommachines. Het belang van schoon drinkwater was alom doorgedrongen: cholera was nog steeds een reële dreiging.

Maar wat is er van deze moderne techniek op de Rijn en Schiekade rond 1900 te vinden?

Uit een aanbestedingsadvertentie voor de bouw van vijf huizen in 1895 (vermoedelijk de huidige huisnummers 25 – 29) blijkt dat er gas- en waterleiding in het huis werden aangelegd. Waarschijnlijk geldt dat voor he hele noordelijk deel van de Rijn en Schiekade: in het Contractantenboek van de Leidsche Duinwater-Maatschappij is dan te vinden dat de nrs 9 – 69 in een rap tempo in de zomer van 1896 werden aangesloten. Maar voor huizen die wat eerder zijn gebouwd, wordt de kwaliteit van de pomp en het welwater in die tijd nog geprezen.

Straatverlichting ontbrak lange tijd. Op verzoek konden er olielampen worden geplaatst, maar de bewoners dienden dan wel zelf voor olie te zorgen en ze aan te steken, volgens het gemeentelijk rooster

Met petroleumstellen en hout/kolenkachels was het brandrisico aanzienlijk. In 1899 werd er in de Gemeenteraad dan ook op aangedrongen om een telefonische waarschuwingspost in te richten. Wellicht was de aanleiding dat er het jaar ervoor twee huizen (bewoners H.M. O. en J. vd V., niet met zekerheid kunnen herleiden, hk) waren afgebrand, waarvan één van hout, doordat een petroleumstel onzorgvuldig werd bijgevuld.

De burgemeester vond dit overbodig, er waren al particulieren die hun telefoon voor dit doel beschikbaar wilden stellen. Dat kunnen er overigens niet veel zijn geweest: in 1915 telde de Rijn en Schiekade pas zeven telefoonaansluitingen.

Maar inderdaad was de kade goed te overzien vanuit het politiehuisje op de hoek van de Maliebaan en ook de brugwachter zag er recht op uit.

In 1935 was de Rijn en Schiekade nog een grindweg, verlicht door gaslantaarns. Budgetten voor verbetering werden er lange tijd niet verstrekt, ook al omdat de bewoners niet bereid bleken een deel van hun voortuintjes voor dit doel af te staan. Een verharding van de straat moest tot 1948 wachten.

Straatnaam en nummers

In de 19de eeuw werd lange tijd naar de Rijn en Schiekade verwezen onder de naam van de vaart: je woonde aanvankelijk aan de Haagsche en Delftsche Trekvaart, wat later kortheidshalve alleen Haagsche Trekvaart genoemd. Als nadere aanduiding volstond vaak “nabij de (voormalige) Witte Poort” of “nabij de Wouterenbrug”. Er bestonden wel kadastrale nummers (format A N 1234), maar die werden in het dagelijks leven niet gebruikt en ze zijn in veel notariële aktes evenmin te vinden. In het oude Zoeterwoude hadden straten of buurtschappen wel een naam, maar de huizen waren genummerd met een wijknummer. De Rijn en Schiekade behoorde met zijn directe omgeving tot wijk F. So far, so good, maar die nummering was nogal eens aan verandering onderhevig en omnummeringstabellen uit de 19de eeuw hebben we niet gevonden. Zie voor meer details Perceelnummers.

In die tijd had ook het pad langs de vaart een eigen naam gekregen: het Studentenpad. In 1890 is de naam Studentenpad verdwenen en heeft het pad weer de naam van de vaart aangenomen: de Haagsche Trekvaart. Heel lang duurt dat niet, want in 1895 krijgt het pad, nog onder Zoeterwouds bestuur, zijn uiteindelijke naam, op verzoek van dhr F. Knaap en 16 medeondertekenaren, allen eigenaren. Maar er is een nostalgische hang naar de eerdere naam, die mooi geïllustreerd wordt in een poging uit 1915 om die naam in ere te herstellen:

In 1895 is de perceelindeling wel ongeveer uitgekristaliseerd, al is nog lang niet alles bebouwd. Maar Zoeterwoude brengt de nummering van de huizen netjes op orde, vóór de Annexatie door Leiden. Het gaat nog wel op z’n Zoeterwouds, nl. vanaf het begin van de kade, vanuit Zoeterwoude gedacht, bij de Wouterenbrug met nr 1, tot nr 123 bij de in 1892 gebouwde Ambachtsschool.

Woningen worden nog gesloopt, bijgebouwd, gesplitst en al snel in de 20ste eeuw volgen de alfabetische toevoegingen bij het nummer. In 1908 treffen al huisnummer 39, 39a, 39b, 39c 39d en 39e aan. Een volledige hernummering vind plaats begin 1924. Nu beginnen de nummers, zoals gebruikelijk, vanaf het centrum de stad, waartoe de kade nu behoort, met nr 1 aansluitend op de Ambachtsschool bij de Haagweg, tot nr 142 voorbij de Wouterenbrug. Een enkele “a” wordt nog toegevoegd voor een bovenwoning, maar verder loopt het strak van nr 1 tot nr 142. Lang duurt dat niet, want 10 jaar later zijn de eerste 6 letters van het alfabet alweer in gebruik. Helaas is een omnummeringstabel uit 1924 onvindbaar.

De nieuwe grote bouwgolf volgt rond 1930. Vanaf nummer 115 tot aan de latere Telderskade worden in korte tijd 14 woningen gebouwd. Nummer 116, een bollenschuur met kantoor, wordt gesloopt, evenals nummer 121, een bloemisterij met woning, de laatste overblijfselen van het agrarische verleden van de kade. Onderstaande ansichtkaart, uit ca. 1909, is vermoedelijk ongeveer vanaf de Wouterenbrug genomen en geeft een indruk van hoe het er daarvoor heeft uitgezien.

Als er plannen worden gemaakt voor een herinrichting en herbouw van dit gedeelte van de kade in 1929, maakt het Gemeentelijke Bouw- en Woningtoezicht een schets van de oude situatie. Waarschijnlijk correspondeert deze schets met het gebied van de (huidige) huisnrs. 119 – 121F. Op deze schets is mooi te zien dat de sloot aan de voorzijde van de huizen nog op verschillende stukken aanwezig is.

De bouw van de studentenflat in 1967 is de laatste grote bouwkundige ingreep op de Rijn en Schiekade. Opnieuw worden huizen gesloopt en ook het laatste gaatje wordt weer opgevuld: de nummers 114b en 115 verschijnen. Twintig woningen veranderen weer van huisnummer, rondom de zojuist gebouwde studentenflat.

Op veel huizen is de hernummering te herkennen, zoals op het huidige nr 114A. Een bouwtekening hebben we van dit pand nog niet gevonden, maar gelet op de namen in de oude adresboeken is dit pand vanaf ca. 1890 bewoond, met achtereen volgens de volgende wijk-of huisnummers: F29, F317, 23, 115 (zoals nog te zien op de foto), voordat het zijn huidige nummer kreeg in 1967. De aanleiding van de hernummering van dit pand was gelegen in de opvulling van nog een klein stukje vrije ruimte ernaast, waarop nr 114B en 115 (nieuw) verschenen.

Beschermd stadsgezicht

In 2005 is de Zuidelijk Schil van Leiden door het Rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht. De Rijn wen Schiekade vormt het meest noordwestelijke deel van dit gebied.

De aanwijzing wordt uitgebreid gemotiveerd, maar aan de Rijn en Schiekade worden weinig woorden vuil gemaakt. Alleen terloops worden enkele panden van “beeldbepalende of beeldondersteunende” betekenis genoemd: de nummers 46-49, 67 en 94-96. Markant is dat het enige gemeentelijk monument, nr 128 onvermeld blijft. Veel bewoners vinden met mij dat het vooral de variatie is, die de kade aantrekkelijk maakt.